|
|
Computerwinkels |
Een computer (soms ook: rekenaar) is een apparaat waarmee gegevens volgens
formele procedures (algoritmen) kunnen worden verwerkt. Meestal wordt met het
woord computer een digitaal apparaat bedoeld, maar er bestaan ook analoge
computers.
Oorspronkelijk werd het Engelse woord computer gebruikt om iemand mee aan te
duiden die gecompliceerde berekeningen uitvoerde, met of zonder mechanische
hulpmiddelen - vergelijk ook de Duitse term voor computer: 'Rechner' (rekenaar)
en de Zuid-Afrikaanse term voor computer: 'rekenaar' - maar later werd de term
ook gebruikt om apparaten te benoemen. Moderne computers worden voor veel meer
gebruikt dan alleen wiskundige toepassingen. Ook veel administratieve en
financiële taken worden aan de computer opgedragen, het Franse woord voor
computer is 'ordinateur'.
Sinds de grote opkomst van de computer worden zij ook gebruikt voor
informatievoorziening (internet) en amusement. Bij de moderne productie worden
computers geimplementeerd om machines mee te besturen en om processen mee aan te
sturen, bijvoorbeeld bij de assemblage van auto's door robots.
De wetenschap die tegelijk met de ontwikkeling van de computer is ontstaan is de
informatica. De informatica gaat over het mogelijke gebruik van computers.
Door de verregaande miniaturisering en snelheidsvergroting is het steeds vaker
mogelijk functionaliteit die voorheen in hardware werd aangebracht softwarematig
te implementeren. Het grote voordeel van een dergelijke ontwikkeling is dat
achteraf functionaliteit kan worden toegevoegd.
Vanaf 1981 is de personal computer (PC) ontwikkeld die inmiddels in het
dagelijks leven voor veel mensen een belangrijke rol speelt.
Opbouw
Enkele besturingssystemen:
DOS,
GNU/Linux,
BSD,
Mac OS,
OS/400,
Unix,
Windows,
CP/M,
RISCOS,
VMS,
De opbouw van de computer is het best voor te stellen in lagen.
De elektronica waaruit de computer grotendeels bestaat wordt meestal aangeduid
met hardware (dat overigens in het Engels een veel bredere betekenis heeft).,
Om deze hardware aan te sturen wordt een computer bij opstarten automatisch
geladen met de meest basale software, die nodig is om o.a. de schijfconfiguratie
te bepalen, en om te bepalen van welke schijf het besturingssysteem moet worden
geladen. Deze laag wordt ook wel firmware genoemd, en staat in de PC wereld
bekend als BIOS. Op andere platforms heeft deze code een andere naam,
bijvoorbeeld microcode in een IBM E-Server iSeries, MacROM op de Apple Macintosh
en Open Firmware op de latere Macs. Na het laden van deze firmware is de
computer gereed om een besturingssysteem te laden.,
De kern van het besturingssysteem heeft als belangrijkste functies het beheren
van het werkgeheugen, het verdelen van de processortijd, het beheren van het
interne gegevenstransport, het uitvoeren van programma's, en het verzorgen van
een of meer invoer- en uitvoermechanismen. Het besturingssysteem voorziet
daarnaast de computer van een werkomgeving waarin allerlei faciliteiten ter
beschikking worden gesteld. De meningen lopen uiteen over wat een
besturingssysteem moet bevatten, zo vindt Microsoft dat een internet browser
ingebakken moet zijn, vindt Sun dat een JVM onontbeerlijk is, en vindt IBM dat
OS/400 een ingebouwde database moet hebben. In ieder geval bevat een
besturingssysteem faciliteiten om het vaste geheugen (harddisks) te beheren, en
om programma's uit te voeren.,
De scheiding tussen functies van een besturingssysteem en de onderdelen van de
applicatiesoftwarelaag is dus vaag. Onder applicatiesoftware wordt verstaan de
programmatuur die wordt gemaakt of aangeschaft om de specifieke functies uit te
voeren waarvoor de computer is aangeschaft. Denk hierbij aan
boekhoudprogramma's, tekstverwerkers, CRM software, salarisadministratie en
verkoopsystemen, maar ook aan webservers, printerdrivers en allerlei andere
hulpprogramma's.,
Hardware
Interne hardware:
een moederbord,
een processor,
een videokaart,
het geheugen,
de harde schijf,
de geluidskaart,
de netwerkkaart,
RAID controller,
Intern modem,
Externe hardware:
Printer,
Scanner,
Monitor,
extern modem,
toetsenbord,
muis,
speakers,
microfoon,
webcam,
usb stick,
Onder hardware wordt verstaan "Alle tastbare onderdelen in en aan de computer".
Er wordt onderscheid gemaakt tussen interne hardware en externe hardware.
Interne hardware hoort in de behuizing van de computer te zitten. Externe
hardware hoort aangesloten te worden op een van de poorten op de computer.
Hoewel dat ooit anders is geweest, wordt alle hardware volgens bepaalde
standaarden gemaakt. Regelmatig wordt een standaard vervangen door een
verbeterde versie. Deze wijziging drukt door in het gehele computersegment,
waardoor iedere computergebruiker uiteindelijk een nieuwe computer moet kopen om
weer aan de standaard te voldoen.
De muis werd bijvoorbeeld in de jaren '80 aangesloten op de seriële poort, en de
printer op de parallelle poort. Beide poorten konden ook gebruikt worden om te
communiceren met een andere computer. De aansluiting voor de muis en het
toetsenbord zijn vervangen door de PS/2 interface. In de beginjaren moest de
computer opnieuw opgestart worden om de muis te vinden op deze poort. In de
tussentijd maken veel muizen gebruik van de USB-poort. Ook de printer die de
afgelopen jaren sterk verbeterd is, werkt op een USB-poort, hoewel de meeste
printers ook op de parallelle poort aangesloten kunnen worden. Muizen die op de
seriële poort aangesloten kunnen worden zijn tegenwoordig een zeldzaamheid.
Communiceren met andere computers gebeurt tegenwoordig bijna uitsluitend in
netwerken, met ook hier weer een beperkt aantal standaarden.
Ook interne hardware is aan dergelijke wijzigingen onderhevig. Het moederbord
bevat alle aansluitpunten van de interne hardware. Het moederbord bevat chips om
data van en naar de processor te dirigeren. Alle interne onderdelen moeten
aangepast zijn op het moederbord. Moderne moederborden hebben de nieuwste
standaarden in huis: SATA voor de harde schijf, PCI-Express voor de videokaart,
en PCI-Express en de oudere PCI-uitbreidingssleuven.
Onderhoud aan computerAls men van een bepaalde standaard wil afwijken, moet met
een PCI-kaart of PCI-Express kaart aanschaffen, die men op het moederbord kan
aansluiten. Zo is er bijvoorbeeld de SCSI-standaard. Deze voorziet net als IDE
in een aansluiting op harde schijven en CD-ROM drives. Apparaten die aan de
SCSI-standaard voldoen zijn duurder dan IDE- en SATA-drives. SCSI apparatuur is
wat robuuster, gaat langer mee en is bestand tegen langdurig zware belasting.
Het grote voordeel is dat er een groot aantal schijven op één interface kan
worden aangesloten. Daarnaast kunnen de volumes van de afzonderlijke schijven
worden gecombineerd tot één groot volume, met automatische backupmogelijkheden.
Voor IDE schijven is deze laatste functionaliteit beschikbaar met een RAID
controller.
In de periode waarin de USB-standaard opkwam ondersteunden de oudere
moederborden nog geen USB. Men kon een USB-kaart kopen die op de PCI-interface
kon worden aangesloten. Moderne moederborden hebben een aantal USB-poorten
ingebouwd. Deze ontwikkeling is ook van toepassing op de videokaart, de
geluidskaart en de netwerkkaart. Deze zijn geïntegreerd op het moederbord. Als
men echter betere prestaties wilt krijgen, wat bij het spelen van bepaalde
spellen wenselijk is, kan men bijvoorbeeld een videokaart of geluidskaart
bijplaatsen. De videokaart of geluidskaart op het moederbord wordt dan
uitgeschakeld.
Naast de verschillende standaarden voor randapparatuur en interne apparatuur die
aangesloten kan worden op het moederbord bestaan er ook verschillende
standaarden voor het moederbord. Deze komen tot uiting in de aansluiting van de
voeding en de layout van het bord. De behuizing van de computer moet aan
dezelfde standaard voldoen. Sinds 1983 kennen we de XT-standaard. Deze was
destijds meer een aanduiding voor een type computer, de IBM PC XT. IBM heeft de
toon aangegeven qua architectuur, waardoor andere fabrikanten de architectuur
van IBM overnamen om compatibel te blijven. De opvolger AT kwam in 1984. Ook
hier geldt: Dit is het type computer IBM PC AT. Kenmerkend van deze computers is
dat deze computers alleen aangezet kunnen worden met een schakelaar. Als men de
schakelaar nog eens indrukt, gaat de computer meteen uit. Problemen ontstonden
bijvoorbeeld als de computer werd uitgezet terwijl een bestand werd
weggeschreven naar de harde schijf. Bij de eerste versies moest de gebruik zelf
de opdracht geven om de hardeschijf in een veilige toestand te zetten, zodat
deze niet beschadigde bij het uitzetten van de pc. ATX is de opvolger van AT. De
computer kan aangezet worden door toetsenbord of muis te bewegen, via het
netwerk, of de aan-uit schakelaar. Als de computer uitgezet wordt, kan het
besturingssyteem alle bestanden opslaan, om vervolgens de computer uit of in de
slaapstand te zetten. Voor noodgevallen kan de aanuitschakelaar een aantal
seconden worden vastgehouden. De computer zet zich dan uit zonder te wachten op
de opdracht van het besturingssysteem.
Als mogelijke opvolger van ATX wordt BTX genoemd.
Geschiedenis
Mechanische computers
De geschiedenis van de computer begint met de geschiedenis van het rekenen.
Vanouds hebben mensen hulpmiddelen ontwikkeld voor berekeningen die niet
gemakkelijk uit het hoofd gemaakt konden worden, zoals de kerfstok en het
telraam (abacus). Toen de behoefte aan berekeningen steeds complexer werd
ontwikkelde men tabellen met hulpgegevens (bijvoorbeeld logaritmetabellen als
hulp bij het vermenigvuldigen). Ook de rekenliniaal was een uitvinding om het
rekenen makkelijk te maken.
Als er zeer veel gerekend moest worden werden veel mensen ingezet. Deze zaal met
wiskundigen werd dan ook aangeduid met het woord computer. In het Verenigd
Koninkrijk waren naar aanleiding van de koloniale scheepvaart veel centra met
menselijke computers ontstaan. Deze maakten tabellen welke navigatoren voor
navigatie konden gebruiken. Ook in andere gebieden vonden deze tabellen gretig
aftrek, zoals de astronomie.
Charles Babbage, een wiskundige, vroeg zich af of de tabellen niet machinaal
gegenereerd konden worden. Hiervoor bedacht hij in 1822 de "differentiemachine";
een concept voor een machine die tabellen van veeltermen kon uitschrijven. De
machine werkte mechanisch en de tandwieltechniek was nog niet geavanceerd genoeg
om tot een goed resultaat te komen. Verder veranderde Babbage steeds het ontwerp
van de machine.
Aldus kwam hij in 1833 met de "analytische machine". Deze machine zou met invoer
vanaf ponskaarten wiskundige bewerkingen kunnen uitvoeren. Deze machine wordt
algemeen gezien als het concept van de computer.
Pas in 1938 werd de eerste computer gebouwd door Konrad Zuse. Ook Zuses machine
werkte nog mechanisch, maar Zuse had het zichzelf een stuk eenvoudiger gemaakt
door van het binaire stelsel gebruik te maken. Een jaar later bouwde Zuse de
eerste elektromechanische computer.
Elektronische computers
Door de Tweede Wereldoorlog kreeg de ontwikkeling van computers een snelle
vlucht. In het Verenigd Koninkrijk werd van de Colossus gebruik gemaakt om
Duitse geheime codes te kraken, o.a. die van de Enigma codeermachine. De
Colossus was de eerste elektronische computer, gebruik makend van
elektronenbuizen. De eerste computer in de VS was de Eniac, die enkele
klaslokalen in beslag nam.
In de periode dat het permanente geheugen (de harde schijf) nog niet algemeen
bestond, was het invoeren van gegevens of programma's in een computer vrij
moeizaam. Dit gebeurde oorspronkelijk met schakelaartjes en ponsband, nog iets
later met ponskaarten, en in een nog later stadium met magneetbanden.
IBM PC
Miniaturisatie
Met de enorme ontwikkeling van de elektronica en de halfgeleiders, toegepast in
transistoren, kon de computer veel kleiner en sneller worden. Later werden de
transistors geïntegreerd in een computerchip, of een geïntegreerde schakeling.
De microprocessor is zo'n geïntegreerde schakeling. Hoewel
microprocessor-gebaseerde computers zoals de Commodore 64 en de Apple II al
vanaf het midden van de jaren '70 opgang deden, was de IBM PC uit 1981 het
eerste systeem wat als personal computer op de markt werd gebracht. De pc werd
steeds goedkoper en gemakkelijker te gebruiken waardoor steeds meer bedrijven en
huisgezinnen er een kochten. De ontwikkelingen gaan voort, zakenmensen gebruiken
veelal een laptop om met hun computer op stap te gaan. De steeds verdere
miniaturisering leidt er toe dat de kleine Personal Digital Assistant (PDA) met
steeds meer mogelijkheden in beeld komt. Ook veel apparaten zoals wasmachines,
videorecorders, digitale camera's en dergelijke bevatten tegenwoordig een
computer om allerlei zaken te regelen, deze worden dan meestal een ingebed
systeem of - in het Engels - embedded system genoemd.
Computertoepassingen
Tegenwoordig worden computers op het werk veelal aangesloten op een
computernetwerk, waarbij verschillende gebruikers met een eigen PC gebruik maken
van software en data die op een centrale opslagplaats (server) zijn opgeslagen.
Voor het ophalen van informatie van het internet wordt gebruikt gemaakt van een
modem, steeds vaker zie je dat thuis gebruikers zich abonneren op een breedband
verbinding, deze verbinding is dag en nacht online en in tegenstelling tot
inbelmodems voor een vast tarief per maand. Breedband verbindingen zijn naast
goedkoper ook velen malen sneller dan inbelverbindingen. Een voorbeeld van een
breedband verbinding is: computernetwerk, een router, die is gekoppeld aan een
breedbandinternetverbinding zoals DSL, kabel, E1, T1 of glasvezel. In het geval
van een groot computernetwerk wordt vaak gebruik gemaakt van een proxyserver om
de gegevens van het internet te "filteren".
Een toepassing van computers die nog sterk in opkomst is, is die van de
kunstmatige intelligentie, welke toegepast wordt in o.a. computerspellen en de
robotica.
Thuis worden computers veel gebruikt om computerspellen te spelen, informatie
via internet op te zoeken, en voor communicatie door middel van e-mail, chatten
of internetforums. De huidige generatie computers is ook uitstekend te gebruiken
om digitale foto- en videobestanden te bewerken. Veel mensen gebruiken de
computer ook voor correspondentie, hun administratie of als mediacenter voor het
afspelen van muziek of bekijken van foto's.
PC
IBM PCIBM stapte enige jaren na de uitvinding van de personal computer in de
markt met hun Personal computer in 1979; de IBM Personal Computer op basis van
de 8088 een 16-bits microprocessor van Intel. IBM kocht van het toen volstrekt
onbekende en kleine bedrijfje Microsoft een nog te ontwikkelen besturingssysteem
voor de Personal Computer. Microsoft kocht toen QDOS (Quick and Dirty Operating
System) van een ander bedrijfje op en bracht het uit onder de naam MS-DOS. Door
het gewicht van de industriereus IBM werd nu de pc langzamerhand ook in het
zakenleven serieus genomen en de eerste praktische en nuttige toepassingen
begonnen het licht te zien.
Na een periode van aanvankelijke wildgroei waarin een groot aantal onderling
onverenigbare soorten computers op de markt werden gebracht trad een genadeloze
concurrentieslag op waaruit uiteindelijk het door IBM gepresenteerde model als
de grootste overwinnaar tevoorschijn kwam, niet omdat het het beste
computermodel had maar wel omdat het de grootste markt vormde. De Commodore
Amiga, de Atari ST, en een groot aantal concurrerende modellen zijn inmiddels al
haast vergeten. De enige fabrikant uit die tijd die zich tot op heden heeft
weten staande te houden is Apple met de Macintosh-architectuur; en dit vooral
door zich op enkele niche-markten (desktop publishing) te concentreren. Andere
bedrijven die later ook Personal Computers gingen bouwen deden dat op basis van
het ontwerp van IBM en gebruikten daarop meestal eveneens MS-DOS dat daarmee een
de-facto standaard werd. Tegenwoordig (2004) wordt MS-DOS bijna niet meer
gebruikt, hoewel het nog steeds de basis vormt voor het windows
besturingssysteem..
De pc werd steeds goedkoper en gemakkelijker te gebruiken waardoor steeds meer
bedrijven en huisgezinnen er een kochten. De ontwikkelingen gaan voort,
zakenmensen gebruiken veelal een laptop om met hun computer op stap te gaan. De
steeds verdere miniaturisering leidt er toe dat de kleine Personal Digital
Assistant (PDA) met steeds meer mogelijkheden in beeld komt. Ook veel apparaten
zoals wasmachines, videorecorders, digitale camera's en dergelijke bevatten
tegenwoordig een computer om allerlei zaken te regelen, deze worden dan meestal
een ingebed systeem of - in het Engels - embedded system genoemd.
Een kleine lijst met online
computerwinkels
Yorcom
ADO computers
123 computers
Citypc
Rax.nl
Smit ict
Mail a Mac
Schutte Systems
CSK computers
Koopcomputer
Newtronics
Nivulex Components
Inkshopper
Inktec navulsystemen
USB Memory Shop
Wintelco
|
|
|